Posts

Er worden posts getoond met het label Bart Moeyaert

Blanco

Er kwam een kaart. Er kwam een heel verhaal. Het heette brokken maken, maar eeuwig vrienden was ook mooi geweest. Ik schreef terug Nooit eerder met zo weinig woorden, om niet te zeggen geen. Ik schreef een o. Een bel van zeep. Het cijfer niets. Dat was niet lief, maar wel een schone titel voor een brief. - Bart Moeyaert

Hij zei...

Hij zei: “Gaan wil ik al een eeuwigheid en nu het kan krijg ik mijn ene voet niet voor de andere.” De man deed het hem voor. “Zo moeilijk is het maar.” “Toch ben ik als de dood. Wat als de hond niet bij het hek zit? Een hart is niet van elastiek dat eeuwig rekt.” - Bart Moeyaert

Werk

Gelukkig zullen we de stenen keien kiezels die je tot hiertoe hebt verlegd vandaag niet tellen en laat ons hopen dat ook niemand vraagt al dat gewicht te tillen het lijkt mij aangenaam als we vandaag gewoon eens naar de wereld kijken hoe jij die hebt veranderd. - Bart Moeyaert

Dag

Wil je dit nog voor me doen, vóór je weggaat en de straat vergeet: zweren dat je toen je bij me was alleen om bestwil hebt gelogen en het verdriet dat ik heb helpen drogen zo echt was als dat wat wij hebben gedeeld, en zeg terloops dat tijd de wonden heelt en wil je wat ik vraag ook zweren op het hoofd van iemand die je dierbaar is, bijvoorbeeld mij? - Bart Moeyaert

Kwijt

Zo kwijt als dood mag je niet gaan. Hoe ruim ik op, als ik niet eens kan bellen, vragen of je onze foto nog wel wilt? Dan blijft het eeuwig stil in huis en ben je niet eens weg, maar dood. Nee, als ik je verlies, dan hoop ik dat ik op mijn zakken sla, een poosje zoek en dan ineens bedenk dat jij allang gevonden bent door wie je liever ziet. Dan zal ik kunnen rusten. Anders niet. - Bart Moeyaert

Red mij

Het helpt, als ik dat zeg. Dan ben ik nog wel hier, maar tegelijk al weg. Eenvoudig door een kier daarboven naar een plek waar moeilijk te geloven niet bestaat. Per droom word ik vanzelf mijn eigen held, als ik dat wil. Is in het echt niet naar mijn zin, te erg, te droef, of allebei, maak ik het stil hier bovenin en zeg een paar keer: red mij. Red mij. - Bart Moeyaert

Vuurtoren

Alles weten we van vuur: [1] hoe laat de zon opkomt, [2] ondergaat, [3] hoe warm de wereld ergens is, [4] wanneer vulkanen dreigen, [5] waarom een vlam pas als het waait naar naaste buren overslaat, [6] ongevraagd, [7] altijd hongerig naar hout, natuurlijk vurenhout in het bijzonder, [8] dat kunstenaars geen leven leiden zonder rood of zwartgeblakerd hart, en [9] dat er mensen zijn die amper wijzen of hup daar staat een man of vrouw in lichterlaaie, [10] er is ook larie, bijvoorbeeld, rosse meisjes kussen beter en spaanse pepers koken heter, maar [11] verder is alles opgemeten, uitgerekend, zelfs van de hel is vastgesteld hoe fijn de as zal zijn van iedereen, en daarom juist is het verbazend dat iemand uit een havenstad nog nooit heeft stilgestaan bij wat het vuur in vuurtorens betekent: [12] kom hier, [13] wij willen u in deze stad graag zien - Bart Moeyaert ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de Boerentoren

Binnen

Ze was twaalf en erg gehaast om oud te zijn als nu, en nu het zover is, herinnert ze zich niet wat haar zo naar de toekomst liet verlangen. Ze weet alleen nog dat ze in een opstel over later schreef: ik word mijn eigen baas en na een jaar ben ik zo binnen als een huis. Het valt tegen wat ze ziet nu ze naar binnen kijkt vanaf de bank op het De Coninckplein, en naast de glasbak wacht tot er een fles blijft staan waar nog geluk in zit. Maar voorts is ze haar eigen baas, als ze de mensen met haar eigen hand naar kleingeld vraagt en daarna op pantoffels die van haar zijn ergens weer een straat inslaat en niemand nakijkt, zodat ook niemand zich hoeft af te vragen of ze een thuis heeft waar haar schoenen staan. - Bart Moeyaert naar aanleiding van de Nationale Dag van het Verzet tegen Armoede

Dirigent

Als de regen traag blijft vallen en het licht wordt als aan zee, sluit de ochtend naadloos op de avond aan. Dat klinkt als somberheid, maar niet per se. Je hoeft niet alles in mineur te zingen. Je doet de dingen met je beste been vooruit. Aan donker zit altijd een kant die glanst zoals de natte straat. Het heet ook hondenweer voor iets. Is het niet grappig dat je je evenwicht verliest bij het schudden van je vacht. Je weet dat oefenen niet bij het leven hoort. Alles is altijd voor echt. Je moet de straat op en verdrinken, je borstzak brandend van het kaartje voor een stoel dicht bij de dirigent. Hij wijst je met het tillen van zijn handen op het belang van het moment. - Bart Moeyaert Hij schreef het ter gelegenheid van de opening van de gerenoveerde Vlaamse Opera in Antwerpen. Ik deel het met jullie ter gelegenheid van ons jaarlijks concert Klankkleur te Schelle.

Gedicht voor gelukkige mensen

Van alle mensen die het lachen is vergaan, loopt een op de drie blind over je heen en kijkt dan om. De wereld is juist niet van iedereen, dat slag. De overige twee vallen niet op. Hun armen bungelen halfstok. Onder hun tong zit gram. Ze kennen haast geen zinnen zonder tss. Zo zuinig zijn ze op hun lucht. Je staat erin voor je het weet. Heb ik iets van je aan misschien is uit hun mond geen vraag. Een wenk: kijk naast hun kleren. Wijs naar elkaar, wijs naar het water met de zon erboven. Zeg blije dingen als: wij moeten zeer de moeite zijn, als zelfs de zee tot hier komt, weggaat en zich weer bedenkt. - Bart Moeyaert Ik wens iedereen een heel fijn nieuw jaar toe. Dat je omgeven mag worden door de warmte van liefde en geluk.  Dat je mensen vindt waarbij je terecht kan en dat jij op jouw beurt een plek mag zijn waar anderen kunnen schuilen. Gelukkig 2012!

Zie:

Niets is voor u. Niets is voor u bedoeld. U wordt nochtans gewenkt. Onbekend is onbemind. Dat is de naam voor alles wat uw leven lastig maakt. Van jassen vindt u vast de kraag het mooist. Het is de heg die u graag hebt. Hij dient niet om er overheen te kijken. Hij houdt uw adem dichtbij uw gezicht. Van decemberdassen heeft u er een paar. Het kan niet gauw genoeg gaan vriezen. Dan mag u kop in kas het waaigat in. Waarom zo bang. Het is vergissen wat ons bindt. Het zijn de fouten die ons op elkaar doen lijken. Zie: de spons erover. Zand. Als u van koud houdt, denk aan januari. Dat is wat heet een fris begin. - Bart Moeyaert

Kies

Bestaan kan iedereen. Er zijn vraagt moed. En wat de dichter doet is pleiten voor het een. Hij wil zijn leven niet door wekkers laten leiden of als een hond onthouden dat hij kan slapen tot het rinkelt naast zijn oor. Hij bauwt niet na wat hij soms uit een mond hoort vallen op tram acht, of met een zwarte kwast over een smoel geschreven ziet. Zelf houdt hij niet van vlekken maken, maar als het bot moet stelt hij dingen scherp zodat het snijdt. Hij woelt en spit graag, graaft de scherven  uit de klei, haalt het beste wat er is naar boven, ook al weet hij dat er daardoor naast zijn hart een stem blijft jeuken, maar ach zo gaat dat als de dingen moeilijk worden en je bereid bent met een pen van krijt of kool te schrijven. Hij is het best geplaatst om iets over de gum te zeggen, omdat hij als geen ander weet hoe leeg het is als hij het blad omslaat, hoe snel de fout, maar ook hoe klein en hoe verlamd een ...

Zo heel jij mij

Ik steel van je, niet veel van je, of zal ik zeggen dat ik leen. Je mist het niet. Jij plukt de dag daar waar jij ligt. Je wijst de weg met kruim. Je maakt het huis blij bij de deur, omhelst haast het adres. Je veegt de aarde uit ons bed, zoekt mij onder het laken, ziet wie ik ben. Voorspelt geluk, baadt mij in rust. Zo heel jij mij al jaren, geneest mij door te zijn. Jij spreekt de taal die ik versta, hoort de seizoenen in mijn stem, aan mijn adem wat ik denk. Jij kent de kunst van nu en hier. Vandaar dat ik je leen, nee spaar,of beter nog: bewaar. - Bart Moeyaert speciaal voor jou, mijn liefste, mats

Godzegentje

Onze moeder sloeg de geuren op. Als ze ons voor het slapengaan een kruisje gaf, en nog even met haar wijsvinger over onze wangen aaide, herinnerde haar hand ons aan de voorbije dag. Aan haar hand hing de lucht van geschilde uien, en daarvan kwam het stoofvlees weer op tafel. Door de zweem van boenwas herinnerden we ons hoe het huis had geroken toen we uit school kwamen. De geur van de Spaanse zeep die ze altijd van dezelfde buurvrouw kreeg, en ondanks die buurvrouw heel lekker vond, deed ons eraan denken dat we vanavond in de keuken lang tegen haar aan hadden geleund, maar eigenlijk niet lang genoeg. Tegen de tijd dat we naar bed moesten, en zij sokken zat te stoppen terwijl ze naar de televisie keek, had ze allang de lucht van bloemen opgeslagen, want de sokken roken naar de wasmachine,en haar handen intussen ook. Haar vngers stelden ons gerust: niets is veranderd. 'Godzegentje en bewaartje,' zei ze, en het kruisje dat ze gaf was dun als haar...

Dit

Van alles wat ik schreef zijn dit het minste woorden En tel ze na, het zijn er nog te veel: zelf hou ik van mijn mond vol tanden, het aaien van dit blad, de woordenschat van mijn twee handen, het stokken van mijn adem als ik zeg dat ik je hier niet kan vertellen wie of wat ik voor je ben, omdat papier me in de weg zit, en ik het juiste woord niet ken. - Bart Moeyaert

Hoe heet het hier

Niet dat ik weet waar alles ligt, maar ik vermoed wel hoe, en goed. Hier ging het als met het roofje op mijn wonden: veel heeft vanzelf zijn plek gevonden. Heel soms nog zijn mijn sleutels kwijt, dan gaat het bij de deur een tijdje mis. Maar Colombus heeft zich ook een keer vergist, dus dat is wat ik leer: waar doet er minder toe dan hoe. - Bart Moeyaert
Met mama op de bedrand wordt de kamer lekker warm. Ik mag nog even liggen in de holte van haar arm. Ze leest me een verhaaltje over dromen uit een land waar alle mensen wonen in een nachtblauw ledikant. Het einde – moet ik zeggen, heb ik nog nooit gehoord. Maar zacht – dat weet ik zeker, is vast het laatste woord. - Bart Moeyaert

Achttien

Om me heen liggen de jongens met wie ik verder moet. Of ik dat goed vind, is een tweede, want met mezelf ben ik om te beginnen ook al niet tevreden, dus vraag me niet hoe ik dan van een spiegelbeeld kan houden. Waarschijnlijk zijn er hier geen lessen voor, of ze heten eerste liefde, koude douche en vergissen is geen zonde. Het leven leer ik wel bij monde van de vrienden die ik niet op dit paar handen tel, maar overhoud na jaren, zodat ik mij de pijn die ik nu heb maar beter kan besparen. En dit gedicht wordt oud, geschreven toen ik geen zin meer had in groeien, bijna dood was - de derde keer die week, en weer eens keek naar wat ik na mijn dood dan toch nog wilde, wat er nog mijn honger stilde of me porde in mijn rug: geef je niet zo gauw gewonnen, alles is nu pas begonnen, geef je je nu maar terug. - Bart Moeyaert

Eeuwigheid

Er zijn plekken waar ik zonder glimlach niet meer langs kan. Ooit is daar een grap verteld, een kus geroofd, iets voor het eerst gedacht. Ter hoogte van mijn oor bijvoorbeeld, heb jij me op een nacht beloofd dat eeuwigheid een leugen is, maar dat het daarom tussen ons niet minder lang gaat duren. Meer woorden waren er niet nodig een mond spreekt van zichzelf al mooi en huid heeft een geheugen. Jij blijft mijn hals, mijn navel, mijn holte van mijn knie voor altijd bij. Zonder glimlach kan ik aan geen plek voorbij. - Bart Moeyaert Prettig Kerstfeest.

Sterk

Ik dacht dat het niet kon: dat iets wat je niet ziet je alle dagen draagt en sterker maakt. Alsof je spieren krijgt van liefde. En kijk, het klopt: het hart van oma slaat nog altijd over als ze opa ziet. Maar nu hij oud is en te bed, misschien nog net de hemel haalt, loopt oma sinds een poosje krommer en vraagt ze vaker om mijn arm. Zonder hem krijgt ze het huis niet warm en zelfs de hond zakt zuchtend naast de luie stoel. Dus is het waar dat liefde spieren geeft en op den duur ook vuur. - Bart Moeyaert