Posts

Er worden posts getoond met het label Toon Tellegen

Een versje

Zij keek naar mij.  Waar heb je dát uit, vroeg ik.   Uit zee, zei zij. En streelde mij. Zij streelde mij. Hoe wist je dít, vroeg ik. Ineens, zei zij. En kuste mij. Zij kuste mij. Hoe kom je dáár aan, vroeg ik. Vanzelf, zei zij. En lachte om mij. Zij lachte om mij. Mijn God, zei ik. Niet waar, zei zij. En keek naar mij. - Toon Tellegen Uit: Alleen liefde

Ik werd geboren...

Ik werd geboren en iemand kwam aansjokken, zette een ladder tegen mij aan en klom naar boven met op zijn rug mijn ziel en mijn gedachten. Het begon te regenen en hij sprong naar beneden, holde weg om te schuilen, riep nog over zijn schouder: 'Wees gelukkig! Wees maar gelukkig!' De zon verscheen, maar er klom niemand meer naar boven. Niemand legde uit hoe ik mijn gedachten moest gebruiken, niemand bracht schaduw, niemand haalde de ladder weg, niemand zei dat er niemand meer zou komen. - Toon Tellegen

En heel toevallig...

En heel toevallig, op een ochtend, een ochtend van niets, vergat ik nog lang en gelukkig te leven. Ik dacht: wat ben ik nú toch vergeten? Ik ging alles na wat ik bezat, klampte me aan vermoedens vast, wees onwaarschijnlijkheden slechts met moeite af, trok rimpels, beet op nagels, draaide seconden om en om, zei: desnoods... of: wat er ook gebeurt... of: ik zal... had overal alles voor over, maar ik vond niet wat het was wat ik toen, die ochtend, toevallig vergat. - Toon Tellegen

Missen

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn. ‘Gezellig,’ zei de eekhoorn. ‘Maar daar kom ik niet voor,’ zei de mier. ‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’ ‘Nou ja … een klein beetje dan.’ Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was. ‘We moesten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij. ‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan. ‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier. ‘Missen?’ ‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’ ‘Nee,’ zei de eekhoorn. ‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’ ‘Wat voel je dan?’ ‘Ja, daar gaat het nou om.’ ‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig. ‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’ ‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn . ‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’ De eekhoorn legde zijn hoofd ...

De eekhoorn

Het was een prachtige ochtend in het bos. De lijster zat zacht te fluiten in de struik onder de eik en de karper liet het water van de vijver af en toe even rimpelen. Er woei geen wind, de zon scheen langs de takken, liet hier en daar een druppel dauw glinsteren, en langs de rivier leek de grond wel te dampen. Het werd een warme dag, maar het was nog een zachte, heldere ochtend. De eekhoorn was vroeg opgestaan en snoof de geur van hars en seringen in zich op. Hij liet zijn voeten bungelen in het water van de vijver en vroeg zich af welke dag nog mooier zou kunnen zijn dan deze dag. Een dag met dikke, verse sneeuw? Of een dag met zwarte wolken in de verte, als de zon nog schijnt, en met bliksemschichten zo mooi dat je ze wel zou willenpakken? Naast hem lag een vel papier. Hij wilde een brief schrijven. Hij wilde eindelijk weer een iemand iets laten weten. Maar hij wist niet wie of wat. Hij pakte zijn pen en schreef: Beste Toen legde hij zijn pen weer neer. Hij wilde iedereen wel schrijv...

Quote

"Mensen die ik ken gaan moeiteloos dood of spannen zich zo hard in om van elkaar te houden dat ze wel uit elkaar moeten spatten, maar ik ben niet een van hen." - Toon Tellegen fragment uit het gedicht 'Waar' 

Voor...

Leve het kleine, het oneindig niet verder te verkleinen allerkleinste ultrakleine leve alle mensen die eeuwig denken: wat zeg ik nú weer, o mijn god, wat heb ik nú weer gezegd en leve alle kinderen en alle grote en kleine vergissingen en de onmogelijkste aller werelden, dat onooglijk onoverkomelijk onontbeerlijk wereldje van jou en mij lang leve jij! - Toon Tellegen

Avond

Het is zomer. De zon gaat onder en alles is bijna mooi. Mensen roepen elkaar toe:'Wat scheelt het nog?' 'Niets!' roepen ze terug. 'Het scheelt niets!' Nog nooit was alles zo vrijwel volledig,                              zo grenzeloos mooi. Zij die nu nog waarschuwen voor de werkelijkheid hebben daar waarlijk geen reden meer voor. De maan komt op. Kleine bloedige karkassen drijven langs de horizon en iemand zegt: 'Ik kan niet meer.' (wijst naar zichzelf): 'Ik, ik kan niet meer.' (fluistert): 'Ik.' - Toon Tellegen

Mijn broer

Mijn broer, hij is van graniet ik loop om hem heen, er moeten gaten in hem zijn, scheuren: ik zoek de woorden in hem die zijn wanhoop beschrijven, ik weet dat ze er zijn, ik vind ze niet hij wil ergens heen en trekt aan mij: ik moet naast hem lopen, ik moet achter hem lopen, ik moet voor hem lopen, ik moet boven hem vliegen, ik moet hem op mijn schouders dragen, en dat allemaal tegelijk terwijl hij ook nog eens uit mijn gezicht verdwijnt, mijn broer, mijn zware broer verbazing is niets voor hem. - Toon Tellegen
"Als ik met twee benen op de grond stond zou ik nu door die grond willen zakken Maar ik fladder, zoals gewoonlijk, weer eens in het rond" - Toon Tellegen fragment uit het gedicht  'Voordracht'

Alle mensen

Alle mensen wachten op wonderen vrouwen wachten op vrouwelijke wonderen mannen wachten op echte wonderen kinderen wachten op kleine feestelijke wonderen alle wonderen wachten op dagelijkse sleur haringen zwemmen de licht in de zee uit zoeken het blauw tussen de wolken glimmend van genot en iemand die iets zoekt om te slapen vindt een gedachte in het spaarzame gezicht van een ander en vlijt zich daarin neer. - Toon Tellegen

Als

'Als we ons nu eens vergissen, wat denk je, als we nu eens niet van elkaar houden                met een hartstocht die steeds feller en feller opvlamt, maar elkaar verafschuwen zonder dat we dat weten, als ware het de latente fase van een dodelijke kwaal?' en nog vuriger kussen zij elkaar, klemmen zich aan elkaar vast. - Toon Tellegen

Wij twee

Wij zijn gelukkig. Buren bonken op onze muren: 'Wij ook! Wij zijn ook gelukkig!' Voorbijgangers blijven staan, drukken hun neus tegen ons raam, roepen: 'En wij dan... Vlak ons niet uit...! Alsof wij niet gelukkig zijn!' lopen peinzend verder, vragen elkaar: 'Wij zijn toch gelukkiger dan wie dan ook? Dat is toch zo?' Kinderen sluiten zich bij hen aan, dansend, zingend maar wij hierbinnen, weggezonken in het schemerdonker, wij twee, wij zijn het gelukkigst. - Toon Tellegen

Spijt

Het spijt me. Die drie woorden! die zijn geboren uit ontgoocheling             en een zucht van onnadenkendheid die zijn groot geworden in het naargeestige midden tussen lief en leed die door het leven hebben gemarcheerd één twee één twee, dromend van een oogopslag en die ongemerkt van betekenis zijn veranderd, verbleekt in het lege aangezicht van onbekenden hemels en vergeefs o het spijt me, het spijt me! - Toon Tellegen

In essentie

Een man ging op zijn tenen staan en rekte zich uit, rekte zich zo ver mogelijk uit, rekte zich verder uit dan men menselijkerwijs voor mogelijk houdt, vroeg omstanders hem nóg verder uit te rekken - en toen zij hem nóg verder hadden uitgerekt en de zon onderging en de wereld gloeide in een vuurrood licht, toen rekte hij zich geheel alleen nóg iets verder uit - hij kon al niets meer zeggen en tenslotte ook niets meer denken - en nog altijd rekte hij zich verder uit om iemand te bereiken die in essentie (zo noemde zij dat) onbereikbaar was. - Toon Tellegen

De muze

Als je uit een raam kunt leunen rek je dan zo ver uit dat je zult vallen of haar net, net zult kussen - zij zal wachten, haar hart zal bonzen, zij zal zien hoe ver je reikt. - Toon Tellegen
Zal ik weggaan? Zal ik verdrietig worden en weggaan? Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden, mijn schouders ophalen en weggaan? Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken: zo is het genoeg, en weggaan? Zal ik een deur zoeken, en als er geen deur is: zal ik een deur maken, hem voorzichtig opendoen en weggaan- met kleine zachtmoedige passen Of zal ik blijven? Zal ik blijven? - Toon Tellegen uit: Alleen liefde

Men moet

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn, anders is men verloren, maar men moet wel een beetje verloren zijn – van het reddeloze soort – anders zou men alleen maar gelukkig zijn, toch moet men ook gelukkig zijn, zo maar gelukkig kunnen zijn, in alle staten van geluk, anders zou men maar verdrietig zijn, enigszins verdrietig altijd. - Toon Tellegen Uit: Minuscule oorlogen,niet met het blote oog zichtbaar
Nog één stap... zegt de een Nog duizend stappen... zegt de ander. ... tussen jou en mij, zegt de een. ... tussen mij en jou, zegt de ander. De een neemt duizend stappen en de ander zegt: nu zijn het er nóg meer, nog tienduizend stappen! De ander neemt één stap en de een zegt: een halve stap was al voldoende, nu zie ik het. - Toon Tellegen uit: De een en de ander

Een geschenk

Ze trokken God aan zijn mouw; 'Dat geschenk van je, de liefde, wat was daar de bedoeling van?' Het regende en God verzonk in gepeins (maar eerst rukte hij zich nog los, hij hield niet van hun manieren) en al peinzend waadde hij door leven en door dood, door waanzin en nalatigheid, door waarheid en door angst, zag hoe zij frunnikten aan elkaars jas en daalde peinzend af langs de smalle trap van hun rede- 'Ik heb het geweten,' mompelde hij. 'Ik heb het geweten.' - Toon Tellegen uit: Kruis en munt