Posts

Er worden posts getoond met het label Herman de Coninck

Toekomst

Weggaan. En terugkomen. Dromen. En niet meer dromen. En niet meer weggaan. En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest. De herinnering aan wat nooit heeft bestaan. Ik steek nog even een sigaar niet op, drink nog even niet van een glas Marc, wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer. Want we hebben de tijd. Je bent in mij als de schemer in de kamer. We hebben de verleden tijd. - Herman de Coninck

Nog een geluk dat

Zoals met de gek uit het grapje die zich voortdurend met een hamer op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei: "Omdat het zo prettig is, als ik ermee ophou"- zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden je te verliezen. Ik ben je kwijt. Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk. Misschien is geluk: Nog een geluk dat. Dat ik aan jou kan terugdenken, bv., in plaats van aan een ander. - Herman de Coninck

Onze slaapkamergordijnen..

Onze slaapkamergordijnen worden opzij gehouden door kwispels, zoals je een chique vrouw even apart neemt met een hand om haar heup. (Ik zeg iets in haar oor.) Zo hangt links een door mij naar links even apart genomen gordijn, en rechts een door mij naar rechts even apart genomen gordijn, en tussen die twee accolades in mag schijn schijnen, op ons, op het bed waaruit we wakker geworden zijn. Hier heeft slaap zijn vier vierkante meter, hier deinen onderbewustzijnen, soms steekt uit het ene een hand uit en uit het andere ook en hebben ze elkaar vast- gehouden in al die immense Freud. Hier is opgestaan uit. Dag uit nacht, vandaag uit het voorgaande, wij uit elkaar. Soms ga ik er overdag naar kijken, ons zonder ons. Licht. Leeg gedicht. Taal zonder mij. Betekenis. - Herman de Coninck

Heb mij nodig...

H eb mij nodig. Kun mij niet missen. Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen, levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet: het is familie. Van geluk weet ik dat niet. Er is geluk waarmee je alleen moet zijn. Het te grote. Zo heb ik, toen jij geboren was, een dag door bossen gelopen. En toen pas besloten dat jij er misschien mee te maken had, en je moeder, die ik kende van vroeger. Er is keihard geluk, waarvoor je moet achterlaten en hebben en twintig zijn zoals in het Frans: twintig jaar hebben. Heb mij niet nodig. Kun mij missen. Pas later ben je ooit weer twaalf geweest. Dan kun je ook rustig veertig worden. Dan is geluk verdriet. Een naald die Schubert leest. Kun mij dan missen maar doe het niet. - Herman de Coninck

Het leek wel...

Het leek wel een goeie driehoeksverhouding: ik hield van jou en van mij. Ik hield van jou zoals je dat alleen maar voor het eerst doet: alsof het elke keer voor het laatst is. Ik hield van jou om de manier waarop ik je in alle stàten bracht, in België, Frankrijk, Nederland, Joegoslavië, geluk was inderdaad zo uitgestrekt als hele landen en telkens net zo onderling verschillend. Ik hield van jou om de manier waarop je, over mijn schouder meelezend, kon zeggen: jaja, schrijven hoe goed je het kan, dàt kan je wel, maar laat maar eens zien. En ik hield van mij, o, wat hield ik even nadien van mij, want hoe zalig was het mezelf te zijn in jouw armen. - Herman de Coninck

Ik ben moe...

Ik ben moe, ik heb vandaag je borst tien keer niet aangeraakt, lieve woorden niet gezegd, gedacht aan je nagels in mijn rug die een eeuwigheid achter mij ligt en waaruit ik vanmorgen ben opgestaan als uit een bed. Ik geloof niet dat ik het kan: niet van je houden . Drinken en je niet kunnen vergeten, dat kan ik. En iedere dag een beetje sterven, zodat het tenslotte slechts een koud kunstje wordt. - Herman de Coninck

Vijfjarenplan

Een echt vijfjarenplan, dat was het. Vijf jaren, drie maanden en twee weken. Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan. Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken. Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte nu en dan. Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan. Hou jij van de honderd levens die je wilde leven. Ik hou van dat ene dat is overgebleven en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht tegen me aan. Ik hou van wat is. Jij van wat zou. Hou jij van mij. Ik hou van jou. - Herman de Coninck

Als een kasteel

Al wat je bent geweest voor mij is weer voor jou alleen als een kasteel om in te wonen - Herman de Coninck

Gedichtendag

Omdat het gedichtendag is en omdat ik den Herman graag zie/zag. Middenin de vlakte van juli kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je. Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik, zei ik, en waar leerde je de kunst om niet lang te duren? Ook hier, zei je. Je was lenig; en je woorden waren zo doorschijnend, ik kon je er helemaal door zien. En daar lag ik al in het gras en wat hield ik in mijn hand? Een oortje, waarin ik het lange woord 'lieveling' uitgoot, zonder morsen - Herman de Coninck uit:    De lenige liefde
'Ik hou van jou', zei je tussen twee monden vol wafel. Maar niet grappig; ook helemaal niet raar. Een bal die je met al je ervaring van drie jaar vriendelijk naar mij toe rolde over tafel. Ik bloosde haast als de eerste keer. Niet elke dag hoor ik dat zeggen, laat staan menen. En als het toch gebeurt, heb ik geen antwoord meer. Zoveel keer jouw leeftijd, ben ik tien keer minder in staat te zeggen wat jij zei; niet in staat zomaar voor iemands voeten de lading bakstenen van een verklaring uit te storten. Als ik het toch probeer blijft het in mijn keel steken, een visgraat. Want wat men passie noemt, dat leer je nog wel, komt vaak op omverrijden neer. Niet bij mij: ik ben zo knap dat ik alles kan geven en mijn hart houden. Kussen zijn kussen. Een bed is een bed. Zielen hoeven daar niet tussen te komen. Jij zegt: een bed? Is om te slapen. Moge het zo ongestoord: dat je nooit met open ogen...

Verlanglijstje

Geef mij Nescio en Tsjechov, oude boeken. Geef mij na mijn zoveelste kale reis iemand die mij twee haren uittrekt en glimlachend zegt: je wordt grijs. Geef mij alles en zeg: het is niets. Geef mij niets en zeg: dat is alles. Geef mij mezelf, geef mij jou. Ik heb gezocht naar wist ik maar wat. Geef mij nu eindelijk wat ik altijd al had. - Herman De Coninck Uit: Met een klank van hobo

Wraak

Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd. Ik sta voor zowat één kilo papier: geboorteakte militie, verhuizen van daar naar hier, politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid. Daarom ben ik op zoek naar een plek op de grens van drie naties. Daar wil ik dan sterven. Want ik wil met mijn dood op z'n minst het plezier bederven van een stuk of twintig administraties. - Herman De Coninck Uit: Met een klank van hobo

Sprookje

Er was eens een man die altijd rechtvaardig was. - Herman De Coninck
Je truitjes en je witte en rode sjaals en je kousen en je slipjes (met liefde gemaakt, zei de reclame) en je brassières (er steekt poëzie in die dingen, vooral als jij ze draagt)- ze slingeren rond in dit gedicht als op je kamer. Kom er maar in, lezer, maak het je gemakkelijk, struikel niet over de zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen, gaat u zitten. (Intussen zoenen wij even in deze zin tussen haakjes, zo ziet de lezer ons niet.) Hoe vindt u het, dit is een raam om naar de werkelijkheid te kijken, alles wat u daar ziet bestaat. Is het niet allemaal als in een gedicht? - Herman De Coninck Uit: De leninge liefde
Liefje, laat mijn verdriet altijd groter wezen dan het jouwe zodat het eromheen kan liggen als armen. Wees niet droef als ik zal heengaan, dan zal ik altijd aan je denken. En anders ook. - Herman de Coninck

Meisje

Jezelf, het besef en meteen ook het lef dat je dat gewoon kunt hebben en er af en toe een mening van kunt laten zien of een borst: hoe vroeg begint dat, en eindigt dat eigenlijk ooit? Vrouwen zijn gemaakt van meisjes, steken op hun veertigste nog altijd hun tong uit van vijftien, worden almaar even jong, kunnen niet niet-verleiden. Zoals poëzie: een poes die voorzichtig over een toets of tien van een piano is gelopen en omkijkt: heb je dat gehoord? Heb je me gezien? O, de meisjesachtigheid van veertigjarige meisjes, hoe ze soms willen, soms niet, maar eigenlijk altijd, als je het maar ziet. waar is de tijd? Hier is de tijd. - Herman De Coninck

Verleden tijd

Soms was alles eenvoudig als in de Franse vervoegingen: het verleden passé simple, de toekomst le futur simple, en ik nu nog altijd le plus-que-parfait. - Herman de Coninck

Zoals woorden...

'Slaap maar,' zeg ik tegen een dochter die allang slaapt en daar wakker van wordt. Het onweert. Misschien wil ik wel dat zij bang is, dan kan ik vader zijn. Maar ik kan niets anders dan samen met haar niets kunnen. Zoals woorden. De dingen gebeuren. Zonder woorden zouden ze ook gebeuren. Maar dan zonder woorden. - Herman De Coninck

Over 3 soorten van lachen

Giechelen is iets wat je nooit helemaal doet, altijd bijna, tenminste als je een meisje bent van wie niemand weet of ze achter haar hand de woorden 'hihi' opeet, of zomaar een koekje. Giechelen doe je als je 17 bent en bijna moet lachen om wat bijna gezegd is. Schateren daareentegen zijn drie lettergrepen als dokwerkers die elkaar daverend op de schouders slaan, schateren is het proletariaat van de lach, ik droom van een revolutie die alles zal wegschateren, dan zal er niet meer gelachen worden! Schrijf ik op mijn 30. En glimlachen is helaas wat je daar vermoedelijk op je 50ste om doet. - Herman de Coninck

Poëzie

Als je je nukkig ingraaft onder de dekens, wil je eigenlijk zeggen: kom bij me liggen. Als je de deur achter je dichtslaat en wegrent, wil je eigenlijk zeggen: kom me toch achterna. En als je zegt: 'Ik hou van je' bedoel je: 'hou je van mij?' Zie je nou wel dat poëzie nodig is, want als ik 'ja' zou zeggen, zou dat niks betekenen. - Herman de Coninck Naar aanleiding van 'Zuiderzinnen' vandaag.