Posts

Er worden posts getoond met het label to learn by heart

Sonnet

Vroegh in den dageraet, de schone gaet ontbinden, Den Gouden blonden tros, Citroenich van coleur Gezeten inde Lucht, recht buyten d'achter deur, Daer groene Wijngaert loof oyt louwen muer beminde. Dan beven Amoureus de lieffelijckste Winden, In 'tgheele zijdich hayr, en groeten met een geur Haer Goddelijck aenschijn, op dat sy deze keur Behieldt, van dagelijcx haer daer te laten vinden. Gheluckich is de Kam, verguldt van Elpen been, Die dese vlechten streelt, dit waerdich synd' elleen: Gheluckiger het snoer, dat in haer dicke tuyten Mijn Ziele mee verbint, en om 'thooft gaet besluyten, Hoe wel ick 'tliever zie wilt golvich na syn jonst, Het schoone van natuur passeert doch alle const. - Gerbrand Adriaenszoon Bredero

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield. Vertel het aan de wind, die in de bomen klimt of uit de takken valt, hoeveel ik van je hield. Vertel het aan een kind, dat jong genoeg is om het te begrijpen. Vertel het aan een dier, misschien alleen door het aan te kijken. Vertel het aan de huizen van steen, vertel het aan de stad, hoe lief ik je had. Maar zeg het aan geen mens. Ze zouden je niet geloven. Ze zouden niet willen geloven dat alleen maar een man alleen maar een vrouw dat een mens een mens zo liefhad als ik jou. ♥ - Hans Andreus
Dood. Heb geen angst. Talm niet voor mijn deur. Kom binnen. Lees mijn boeken. In negen van de tien kom je voor. Je bent geen onbekende. Hou mij niet voor de gek met kwalen waarvan niemand de namen durft te noemen. Leg mij niet in een bed tussen kwijlende kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen. Klop mij geen geld uit de zak voor nutteloze uren in chique klinieken. Veeg je voeten en wees welkom. - Eddy Van Vliet

Avondliedeken III

't Is goed in 't eigen hert te kijken Nog even vóór het slapen gaan Of ik van dageraad tot avond Geen enkel hert heb zeer gedaan; Of ik geen ogen heb doen schreien, Geen weemoed op een wezen lei; Of ik aan liefdeloze mensen Een woordeke van liefde zei. En vind ik in het huis mijns herten, Dat ik één droefenis genas, Dat ik mijn armen heb gewonden Rondom één hoofd dat eenzaam was, Dan voel ik, op mijn jonge lippen, Die goedheid lijk een avond-zoen. 't Is goed in 't eigen hert te kijken En zó z'n ogen toe te doen. - Alice Nahon

Lepeltje

Sinds ik met je wakker word als in een la die leeg is op ons tweeën na, is wat er morgen komt ondergeschikt aan wat vandaag al is begonnen. We gaan met een bepaalde logica eerst af hoe wij vandaag weer samenhangen. Dit is jouw been; dit is mijn rug, mag ik hem nu van jou terug, en wat ik verder zou verlangen is dat we opstaan, en ons leven vanaf hier hervatten, met jou dan naast mijn hart onder mijn arm - ik hou je tot vanavond warm, totdat je slaapt en daarna wakker wordt als in een la, leeg op ons tweeën na. - Bart Moeyaert

Egidius

Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn. Du coors die doot, du liets mi tleven! Dat was gheselscap goet ende fijn, Het sceen teen moeste ghestorven sijn. nu bestu in den troon verheven, Claerre dan der zonnen scijn: Alle vruecht es di ghegheven. Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn! Du coors die doot, du liets mi tleven. Nu bidt vor mi, ic moet nog sneven Ende in de weerelt liden pijn. Verware mijn stede di beneven! Ic moet nog zinghen een liedekijn; Nochtan moet emmer ghestorven sijn. Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn! Du coors die doot, du liets mi tleven. - Jan Moritoen
Ick sagh mijn Nimphe in 'tsuetste van het jaer In eenen beemdt, geleghen aen de sije Van eenen hof, alleen' eerlijck en blije Neffens een gracht, waer af het water claer Geboordt met lis, cruydt en bloemen, vuer-waer Lustigher scheen dan alle schilderije; Noit man en sagh schoonder tapisserije, Soo schoon was 't veldt ghebloeydt soo hier en daer Als Flora sat sy daer op de bloemen: Deur heur schoonheydt magh men se Venus noemen, Om heur verstandt Minerva wijs van sinne: Diana oock om heur reyn eerlyck wesen: Boven Juno is sy weert t'sijn gepresen. T'sindts die tijd aen'queeldt mijn siele om heur minne. - Jonker Jan van der Noot