Posts

Er worden posts getoond met het label liefde

Samen kunnen we...

Afbeelding
Samen kunnen we lichtjes maken als het heel erg donker is En als het dan te lichtjes wordt is met weer donker ook niks mis - Lars van der Werf Uit: Versjes van Lars

Alleen nog dit

Afbeelding
Wilt u nu afronden? u overschrijdt uw tijd ja, alleen nog even dit heel kort dan hoe ze die avond bij me kwam in die andere stad waar ik doelloos leefde hoe ze er alles voor over had om bij me te komen die avond die donkerblauwe avond zachte regen in het gouden lamplicht op het macadam van de straat hoe we samen lagen en liefde dat grote woord waar ik geen ander voor vinden kan in tijdloosheid ons omhelsde sindsdien in tiktakkende onrust verliet ik haar vaak maar en dat wou ik nog even zeggen weggaan deed ik nooit meer bij haar u heeft uw punt gemaakt - Remco Campert Uit: Een oud geluid. 2011.

Ik ga nu slapen met mijn verdriet...

Afbeelding
Ik ga nu slapen met mijn verdriet. Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet. Jaagt het zich op van droom naar droom, zo bang als ik voor dwalende vragen? Ik weet het niet. Ik lig en kijk het zwart in. Ik ben ver van het lijf dat naast me ademt. Ik gebied mijn hersens, tevergeefs, te doven. Zij spinnen een eentonig lied, verjagen slaap maar niet verdriet, dat in zijn droom mijn slaap verbiedt. En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik? Omhels ik het? Het lichaam naast me beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet. - Geert Van Istendael (Voor D)

Je ruist in mij

Afbeelding
Ik wil je in woorden wikkelen   je vangen in metaforen   me verstoppen in gaatjes   die je blikken in me boren   ik wil het licht dat jou draagt   langzaam in mijn ogen druppelen langsheen de vezels van je trui naar je lippen huppelen urenlang harp spelen op je wimpers en languit gaan liggen in je zij ik wil de zee horen in je oorschelp en eindelijk kunnen zeggen: je ruist in mij -  Bo Vanluchene

Agatha

Afbeelding
Ik ben ergens halverwege als ik naar je kijk met deze ogen. Mijn testament kan wachten, er is tijd – misschien heb ik nog drieëndertig jaar, misschien te weinig dagen om jouw beeltenis te maken.Het kan me niet veel schelen zolang jij er bent, mijn leven lang, Agatha – met je naam vol aah’s om te fluisteren in de nacht, met je handen en je lippen en het eeuwige geheim van wat er in je omgaat als je naar me kijkt en lacht terwijl ik laag op laag breng, heen en weer been, zoekend naar je ware kleuren. Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege, in het midden van de wereld. Mijn werk is mijn wapen tegen de tijd; mijn schild ben jij. - Ingmar Heytze

Bed

Afbeelding
Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg. Een hand ligt naast je met gekrulde vingers. Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich, neemt die van mij en legt hem op je hart, je andere eroverheen. Wat heet liefde. Zomaar zing ik iets zonder dat ik het merk, een lied dat niet bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks, ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets, een trap afloop, blad hark, ik weet niet wat ik zing tot het gezongen is. - Eva Gerlach

Poker

Afbeelding
Het is tijd voor open spel, mijn liefste. De kaarten op tafel. Ik heb er twee: mijzelf en wat ik schrijf. Ze zijn van weinig waarde, om niet te zeggen van geen tel. De hand van jou is rijker: je lijf is nog het minste, al is het lang niet mis. Maar ook illusies heb je nog, en hoop. Jij hebt alles wat er is. Toch ben ik soms al op je uitgekeken, ontkennen heeft geen zin. Je zult dat ook wel weten: gewenning is een ziekte, ze slaat toe van bij het begin, en op het einde is het beter om te breken. Ik wil daar nu niet over praten. Wat komen moet, dat komt. Alleen: er zal nimmer sprake zijn van schuld. En nog minder van vergeten. Dat er, in dit land van kwezels en kastraten, in deze tijd van tegenstand en onbenul, twee levens waren die elkander kruisten, met een vuurwerk van vergeefse woorden, en de troost van wat lichamelijk...

Mag ik met jou...

Afbeelding
Mag ik met jou een feestje zijn tot ver na moe en middernacht en 's ochtends met een kater bak ik broodjes en voor later maak ik foto's van als je naar me lacht - Lars van der Werf Uit: Versjes van Lars

Hoewel ik nergens op je...

Hoewel ik nergens op je hopen mocht, liep ik op zatte voeten langs de grachten om voor een deur een uur op jou te wachten alsof ik had gevonden wat ik zocht. Passanten zagen mij daar pikzwart staan, terwijl ik dacht hoe jij me zou herkennen. Ook ik zou even aan je moeten wennen, maar dan begon het hoofdstuk van bestaan. Ik zou je onder lissen laten gluren en wat ik had bedacht, had jij gezegd. We zouden naar de bange vissen turen. Een zachte hand kwam op een hand terecht. Zo stelde ik me voor dat jij zou duren. Toen ik je vond, was jij verrassend echt. -  Ilja Leonard Pfeiffer

weerbarstig

bedenk me als een stukje papier dat je onbedacht in je jaszak propt nadat je er wat op schreef. ik laat open wat, al hoop ik: laat het een zin zijn. één voor in een vers van later en waaraan je blijft denken, nog lang nadat je me wegstopte. je kent de zin naderhand vanbuiten. hij doemt op als een mantra in je hoofd. toch, nooit vind je er de juiste context voor: een goed gedicht dat de zin plaatst, omkadert, bovenal temt. hoe je me dan na verloop van tijd bovenhaalt, streelt en zucht: wat moet ik met je aan? - Sylvie Marie

Een kus in Brussel

Hier staan we te verstijven in een park.  Een kus voorkomt dat men mijn adem ziet,  mijn hand blijft steken in een teer gebaar.  Ik wil je loslaten, maar kan het niet:  mijn vingers zijn de feiten in je haar.  Wij zijn in het Ter Kameren van een seconde  koude geliefden, die met maartse monden  elkaar een kus geven als een citaat. - Benno Barnard

XIV

Ga nu maar liggen liefste in de tuin, de lege plekken in het hoge gras, ik heb altijd gewild dat ik dat was, een lege plek voor iemand, om te blijven - Rutger Kopland

Je rug

Tot ik je rug zag – alsof je iets wilde met mij daarom streelde ik met mijn ogen je rug ach, hoe lang al kende ik die ik wilde het niet denken deze gemeenplaats maar het waren mijn ogen die dachten alles in ons is geschiedenis alles er moet zelfs een tijd zijn geweest waarin wij nog niet eens bestonden, zo lang al ik wilde je rug strelen zonder mijzelf te zoeken onder je huid en ook jou zocht ik daar niet wij zijn daar onvindbaar liefde is een woord voor iets anders dan ik zocht, niet de liefde heeft ons gemaakt wij zijn gemaakt met onverschillig aandachtig geduldig gereedschap, hetzelfde dat ons weer afbreekt we kennen de zwijgende anatomische prenten die laten zien hoe het is de witte wervels en ribben en schouderbladen het witte weerloze skelet waarmee het begint en ophoudt daarom streelde ik met mijn ogen je rug - Rutger Kopland

Verzameld wil ik...

Verzameld wil ik worden, en morgen ruilen voor vannacht in je naakte hemel slapen. Spaar me stiekem, zoen mij zacht. - Groef
Ik schrijf ze op met potlood en met pen, de liever nog dan liefste woorden die ik ken. Ik schrijf ze op met balpen en met stift, de mooier nog dan mooiste woorden in mijn schrift. Ik schrijf het op in rood en geel en blauw, dat ik nog houer hou dan hou van de allerjouste jou. - Koos Meinderts

Jij bent...

Jij bent, en dat is het fijne, dat ze regen hebben voorspeld, maar de zon is gaan schijnen - Lars van der Werf Uit: Versjes van Lars

Er zal ooit...

Er zal ooit een tijd zijn dat niemand meer weet hoe jij een aardbei in de zomerzon eet of hoe je soms een pluk haar uit je ogen blaast en lievig fronst wanneer je verveeld bent of verbaasd Dus schrijf ik dat nu voor mensen van later allemaal zo goed als kan op zodat ze straks weten hoe mooi je was in een notendop - Lars van der Werf Uit: Versjes van Lars

i do not want...

i do not want to have you to fill the empty parts of me i want to be full on my own i want to be so complete i could light a whole city and then i want to have you cause the two of us combined could set it on fire - Rupi Kaur

Ik verlies het...

Ik verlies het van de taal sinds je bij me bent en ik baal dat er geen woord is dat dezelfde mooiheid kent - Lars van der Werf Uit: Versjes van Lars

Il piacere

Of wij ooit in elkaar zullen passen en plooien elk zijn eigen lijf in oeverloos hijgen of zwijgend rug aan rug; jij in mijn schoot in het oneindige starend b.v. naar een korenveld naar de geur van jouw woorden me vastbijtend in het zachtste stukje van jouw oor. - Johan Van Cauwenberge